Matthijs is vrolijker omdat hij zich beter kan uiten

Matthijs is vrolijker omdat hij zich beter kan uiten

Matthijs gooide onlangs per ongeluk iets in de prullenbak. Met spannende tovergebaren probeerde hij het er weer uit te halen. Zijn zus Jolijn (9 jaar) vertelt er vrolijk over en doet het voor, met rondgaande bewegingen van haar armen en een geheimzinnige blik op haar gezicht. Het is een van de mooie dagelijkse voorbeelden waarin je het resultaat ziet van de pilot intensieve ondersteunende communicatie op school. Thema van dit moment: circus.

Matthijs is 7 jaar en zit op het SO, in de klas van leerkracht Imke Leenders. Twee keer in de week schuift logopedist Fleur Roosenboom een dagdeel aan. In de klas zitten leerlingen die niet goed kunnen praten. Gerina van den Oever, moeder van Matthijs: “Ze dompelen je echt onder in een taalbad. Hij heeft eerder logopedie gehad, maar nu komt het voor ons gevoel echt aan, hij wordt beter in gebaren en maakt meer woorden.”

‘Blij dat we hem begrijpen’
Vorige week zei hij ‘Kiki’, vertelt Jolijn, dat is onze kat. Mijn zus Eline liet toen poezenfilmpjes zien. Hij was superblij omdat hij begrepen werd. Dat is leuk voor hem en dat is leuk voor ons. Wij leren ook wat gebaren, dat doen we voor hem, want we vinden ons broertje lief.”
“Matthijs is heel ondernemend, hij heeft altijd ideeën en plannetjes in zijn hoofd”, vertelt zijn moeder. “Zijn woordenschat is in zijn hoofd groot genoeg, maar spraak is lastig. Het is voor hem en voor ons frustrerend en verdrietig als hij iets niet duidelijk kan maken. We proberen daarom allemaal om gebaren mee te leren.” Opa en oma hebben ook gebarenpicto’s op de koelkast hangen om mee te doen. Andersom grijpt Matthijs alles aan om zich te uiten; woorden, gebaren en de spraakcomputer. “Daarmee kan hij steeds beter aangeven wat hij wel en niet wil. Hij is er echt vrolijker door geworden.”

Thema-aanpak werkt goed
Matthijs en Jolijn spelen in de speelhoek op de gang van de school, waar het circus ook terug is te vinden. Ze gieren het uit, samen op het rode wiebelkussen. Met zijn moeder oefent hij voor zijn favoriete circustruc. Een glimmende spiraal rolt over zijn arm naar beneden en gaat door naar de arm van zijn moeder. Hij gaat het laten zien bij het optreden.

“De thema-aanpak werkt heel goed”, vertelt Gerina. Ze denken het helemaal door en werken het heel goed uit. Ze hebben een startactiviteit, alles in de klas gaat erover en je krijgt een paar dagen de logeerkoffer mee. Bij Matthijs gaat die koffer op de achterbank van de auto al open. Hij vindt het leuk als we voorlezen uit het boek. En er zitten puzzels in met clowntjes, klei, doeken om mee te jongleren.”

Zus bouwt duplo-circus
“Ik heb thuis ook een circus voor hem gebouwd van duplo”, vult Jolijn aan. Gerina: “Ja, jij speelt in op het thema dat hij heeft.” Binnenkort eindigt het thema met een voorstelling op school. “Natuurlijk gaan we daarheen.”
“Door speciale kinderen verander je zelf ook”, vertelt Gerina. We kijken veel meer met een reële blik naar alledrie onze kinderen. Kinderen kunnen wat ze kunnen en wat je niet kunt kun je niet. We kijken niet zo zeer naar wat kan er niet, maar wat is er wel mogelijk. En dat is helemaal prima. Je leert meer het kind zelf te zien, en te accepteren zoals hij of zij is.”

Meer nieuws

Magazine winter 2023

Sportoriëntatie: Hoe ziet jouw bewegende leven er straks uit?

VSO-leerlingen maken een toekomstplan voor zichzelf

Geslaagd! En daar hoort een diploma bij

Matthijs is vrolijker omdat hij zich beter kan uiten

Jeroen: Toegankelijk maken van bewegen is de rode draad

Ga naar de inhoud